Begrippen

In de jeugdzorg worden soms moeilijke woorden gebruikt. We leggen hier een aantal van die woorden uit. Staat het begrip dat u zoekt er niet tussen? Vraag uw contactpersoon om uitleg.

+
-
Aanhouding

De politie neemt iemand mee naar het politiebureau als de politie denkt dat die persoon iets gedaan heeft wat niet mag.

+
-
Advocaat

Een advocaat helpt iemand die bij de rechter moet komen. Hij of zij weet alles over rechten, plichten en de wet. De advocaat doet tijdens de zitting het woord.

+
-
Ambulante hulp

Hulp die bij iemand thuis wordt gegeven.

+
-
Begeleide bezoekregeling

Als een kind contact heeft met een van de ouders en er iemand bij is, zoals de jeugdzorgwerker of een hulpverlener.

+
-
Bemiddeling

Als er problemen zijn waar twee partijen samen niet uitkomen, dan kan iemand helpen. Die luistert naar beide partijen en probeert er samen uit te komen. Bijvoorbeeld als een cliënt een probleem heeft met een jeugdzorgwerker.

+
-
Beschikking door de kinderrechter

Papier waarop staat wat de rechter besloten heeft.

+
-
Bevel tot binnentreding

Papier waarop staat dat de politie een huis mag binnen gaan. Ook als de mensen die daar wonen dit niet willen.

+
-
Civiel recht

Dit zijn de regels van ons wetboek waarin staat hoe mensen met elkaar om moeten gaan. Iedereen moet zich aan de wet houden.

+
-
Dagvaarding

Brief met oproep dat je voor de rechtbank moet verschijnen omdat je verdacht wordt van een strafbaar feit.

+
-
Delict

Iets dat niet mag omdat de wet het verbiedt. Het kan gaan om een overtreding of een misdrijf.

+
-
Detentie

Opgesloten worden in een (jeugd)gevangenis.

+
-
Diagnose

Beschrijving van het probleem dat iemand heeft.

+
-
Gecertificeerde instelling (G.I.)

Jeugdbescherming Brabant is een gecertificeerde instelling. Dat betekent dat Jeugdbescherming Brabant maatregelen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering mag uitvoeren. En dat Jeugdbescherming Brabant het werk uitvoert volgens bepaalde regels. Die regels zijn vastgelegd in het ‘Normenkader’ . De Jeugdwet regelt dat.  Het Keurmerkinstituut bekijkt regelmatig of Jeugdbescherming Brabant zich aan die regels houdt.

+
-
Gedragswetenschapper

Iemand die heeft kennis heeft over het gedrag van kinderen en volwassenen. Een gedragswetenschapper heeft aan de universiteit gestudeerd. Meestal een orthopedagoog of een psycholoog.

+
-
Gedwongen uithuisplaatsing

Als een kind of jongere tegen zijn of haar wil of tegen de wil van de ouders naar een andere woonplek gebracht wordt. Dit kan alleen als de kinderrechter gezegd heeft dat dit nodig is. Dat staat in een ‘machtiging uithuisplaatsing’.

+
-
Gegrond verklaard

Dit is bijvoorbeeld als een cliënt een klacht indient bij de klachtencommissie.  Als de klachtencommissie vindt dat de klacht terecht is, dan noemen we dat de klacht gegrond is verklaard. De klager heeft dan gelijk gekregen. Als de klacht niet terecht is, wordt die ongegrond verklaard.

+
-
Geheimhoudingsplicht

Mensen die kinderen en gezinnen helpen, horen vertrouwelijke dingen over het gezin. Die mogen ze niet zomaar doorvertellen. Sommige mensen krijgen die informatie wel. Bijvoorbeeld mensen die echt te maken hebben met het kind of er over moeten beslissen. De jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant moet alles over uw kind en uw gezin opschrijven en aan de kinderrechter vertellen. Hier geldt de geheimhoudingsplicht niet.

+
-
Gerechtshof of Hof

Dit zijn drie rechters die nog eens kijken naar een beslissing van de kinderrechter bij de rechtbank. Ze kijken dan heel uitgebreid naar de genomen beslissing. Een beslissing van het Hof gaat boven een beslissing van de kinderrechter bij de rechtbank.

+
-
Gesloten plaatsing

Hierbij woont de jongere in een instelling waar de deur op slot is. Er gelden strenge regels en heel duidelijke afspraken. De kinderrechter beslist over een gesloten plaatsing. Dat heet een ‘machtiging gesloten plaatsing’.

+
-
Gezinsvoogd

De gezinsvoogd is de medewerker die toezicht houdt toezicht op het kind bij een ondertoezichtstelling. Jeugdbescherming Brabant noemt deze medewerkers jeugdzorgwerker. De jeugdzorgwerker voert de ondertoezichtstelling uit, omdat de kinderrechter een kind onder toezicht heeft geplaatst. De ouder en het kind moeten de aanwijzingen van de jeugdzorgwerker opvolgen.

+
-
Griffier

De persoon die tijdens een rechtszitting alles opschrijft wat belangrijk is. Zo is later altijd bekend wat er gezegd is.

+
-
Hoger Beroep

Als een jongere of een ouder het niet eens is met een besluit van de kinderrechter, kan men daartegen in hoger beroep gaan. Dat moet bij civiel recht binnen drie maanden na de uitspraak. Bij strafrecht binnen twee weken na de uitspraak. Een andere rechter bekijkt dan nog eens het besluit. Dat gebeurt bij het Gerechtshof.

+
-
In bewaring stelling

De rechter-commissaris (iemand van de rechtbank) beslist dat iemand maximaal 14 dagen vast moet blijven zitten. Daarna komt iemand weer voor een andere rechter.

+
-
In verzekering stelling

De politie houdt de jongere vast in de politiecel omdat de politie hem of haar verdenkt dat hij of zij iets verkeerds gedaan heeft. Dit kan maximaal drie dagen duren. En een maal verlengd worden met drie dagen.

+
-
Jeugdbescherming (JB)

Dit is een maatregel die de kinderrechter kan opleggen als er sprake is van onveilige opvoedsituaties. Bijvoorbeeld een ondertoezichtstelling of voogdij. Een jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant gaat met het gezin aan de slag om de situatie op te lossen. De hulp is verplicht.

+
-
Jeugdreclassering (JR)

Jeugdreclassering is een maatregel die de kinderrechter kan opleggen als een jongere iets gedaan heeft wat niet mag van de wet. Bijvoorbeeld iets gestolen of gespijbeld. Een jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant helpt de jongere om zich aan de wet te houden. De hulp is verplicht.

+
-
Jeugdstrafrecht

Dit is het recht dat voor jongeren geldt tot 18 jaar oud. En soms tot 23 jaar. Iedereen tussen 12 en 18 jaar die iets doet dat niet mag, kan vervolgd worden. Na je 18de verjaardag geldt het volwassen recht.

+
-
Jeugdreclasseringswerker

De persoon die met de jongere praat en hem of haar begeleidt. Het doel is om de jongere te helpen om zaken op orde te krijgen, zodat de jongere niet meer met politie of justitie te maken krijgt. De jongere moet zich aan de afspraken met de jeugdreclasseringswerker houden. Jeugdbescherming Brabant noemt deze medewerker jeugdzorgwerker.

+
-
Jeugdzorgwerker

Dat is de medewerker van Jeugdbescherming Brabant die samen met het gezin zorgt dat het weer goed gaat met de kinderen. De jeugdzorgwerker wordt ook wel gezinsvoogd, voogd of jeugdreclasseerder genoemd.

+
-
Jurist(e)

Een persoon die heeft doorgeleerd aan de universiteit over rechten en de wet. De juristen van Jeugdbescherming Brabant weten alles over de wetten en regels die voor kinderen en ouders gelden. De jeugdzorgwerkers van Jeugdbescherming Brabant vragen de juristen soms om advies.

+
-
Justitiële Jeugdinrichting (JJI)

Dit is een jeugdgevangenis. De deur zit op slot. Je kan er niet uit zonder toestemming van de rechter.

+
-
Kantonrechter

Deze rechter neemt beslissingen over eenvoudige strafzaken, zoals verkeersdelicten en spijbelen.

+
-
Kinderrechter

Dit is de rechter bij een rechtbank die er speciaal is voor alle zaken die gaan over kinderen en jongeren. Deze persoon neemt beslissingen, zoals een ondertoezichtstelling. Bijvoorbeeld als er problemen zijn bij de opvoeding van kinderen.  Of dat een kind uit huis geplaatst moet worden. Deze rechter kan ook straf opleggen.

+
-
Leerstraf

Deze straf is een soort cursus. Het doel is dat iemand die iets gedaan heeft dat tegen de wet is, dit niet nog een keer gaat doen.

+
-
Maatregel

Een maatregel is een beslissing die kan worden opgelegd door een kinderrechter. Voorbeelden van maatregelen zijn ondertoezichtstelling, voogdij of jeugdreclassering. Het gevolg is een jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant gaat mee beslissen over een kind.

+
-
Machtiging uithuisplaatsing

Beslissing door een kinderrechter dat een kind niet langer thuis kan wonen. Dan kan een kind voor korte of langere tijd niet meer bij zijn ouders wonen. Het woont dan in een pleeggezin of instelling. Soms gaat het om een spoedmaatregel. Dit besluit neemt de kinderrechter tijdens een zitting. Als er geen spoed is, beslist de kinderrechter twee weken na de zitting.

+
-
Misdrijf

Dit is een zwaarder strafbaar feit, zoals diefstal, inbraak of overval.

+
-
Netwerk

Familie, vrienden, kennissen of andere bekenden die iemand heeft en die mogelijk kunnen helpen bij het oplossen van een probleem.

+
-
Officier van justitie

De persoon op de rechtbank die vertelt waarom de politie de jongere heeft opgepakt en wat er moet gebeuren. De officier van justitie eist straf of kan straf opleggen. Hij leidt ook het politieonderzoek.

+
-
Omgangsregeling

Afspraak over de omgang tussen kind en ouders of andere belangrijke personen.

+
-
Ondertoezichtstelling (OTS)

Een ots wordt in een zitting bij de rechtbank uitgesproken door de kinderrechter. De kinderrechter vindt dat er problemen thuis zijn die opgelost moeten worden.  De kinderrechter vindt dat ouders dat niet alleen kunnen. Daarom spreekt hij een ondertoezichtstelling uit. Voordat de kinderrechter het besluit neemt, luistert hij of zij naar de ouders, de jongere en naar bijvoorbeeld de medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming.

Na de uitspraak van een ots komt er een jeugdzorgwerker die samen met het gezin zorgt dat de situatie van het kind weer veilig is. De jeugdzorgwerker kijkt welke problemen er zijn, hoe die opgelost kunnen worden en welke hulp er verder nodig is.

Een ots is meestal geldig voor één jaar. Maar kan ook verlengd worden. Dat gaat via de kinderrechter.

+
-
Onherroepelijk

Als iemand niet in hoger beroep gaat tegen de uitspraak van de kinderrechter of er zijn twee weken voorbij (na de strafzaak), dan moet die persoon de straf uitvoeren die de kinderrechter heeft opgelegd.

+
-
Onvoorwaardelijke straf

De straf die de kinderrechter uitspreekt en die de jongere moet uitvoeren.

+
-
Oproep (van de kinderrechter)

Brief van de rechtbank waarin staat wanneer een zitting plaatsvindt en waar dat is. Deze brief stuurt de rechtbank aan de ouders en de jongere vanaf 12 jaar.

+
-
Ouderlijk gezag

Dit regelt dat ouders verantwoordelijk zijn voor hun kind tot het 18 jaar is. Zij mogen dan belangrijke beslissingen over hun kind nemen. Bijvoorbeeld naar welke school een kind gaat.

Bij een ondertoezichtstelling blijven ouders het ouderlijk gezag houden. Maar zij mogen niet alles meer alleen beslissen. Dat moeten zij doen in overleg met de jeugdzorgwerker. Bij voogdij hebben ouders geen ouderlijk gezag meer. De jeugdzorgwerker neemt dan belangrijke beslissingen.

+
-
Overtreding

Een licht strafbaar feit, zoals spijbelen, vandalisme of wildplassen.

+
-
Parketpolitie

Politie op de rechtbank.

+
-
Plaatsing in een Jeugdinrichting (PIJ)

Dit is een maatregel door de rechter. De jongere wordt verplicht geplaatst in een jeugdinrichting voor behandeling van problemen. Tijdens een PIJ krijgt de jongere de kans om te leren zich anders te gedragen of een diploma te halen. Het doel is zorgen dat de jongere niet meer in de problemen komt. De maatregel geldt in principe voor twee jaar. Er is in sommige gevallen de mogelijkheid van verlenging tot maximaal zes jaar.

+
-
Plan van aanpak

Rapport waarin staat hoe het gaat met een kind en wat er moet gebeuren om het beter te laten gaan.

+
-
Pleegzorg

Als een kind bij iemand anders opgroeit dan bij zijn of haar ouders. De pleegouder voedt het kind op.

+
-
Privacy-wetgeving

Dit zijn wetten waarin staat dat niet iedereen alles over andere mensen hoeft te weten.  Die wet regelt bijvoorbeeld wie er in een dossier mag kijken van Jeugdbescherming Brabant.

+
-
Proeftijd

Iemand die voorwaardelijk is veroordeeld, moet zich in die tijd houden aan bepaalde voorwaarden. Zoals zich laten begeleiden door jeugdreclassering. Doet die dat niet, dan wordt de voorwaardelijke straf alsnog uitgevoerd.

+
-
Raadkamer

Een zitting bij de rechtbank waarbij drie kinderrechters beslissen of een jongere vrij komt of nog langer vast moet blijven zitten.

+
-
Raadsmelding

Iemand maakt zich zorgen over een kind of jongere. Diegene vertelt dat aan de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad voor de Kinderbescherming gaat dan onderzoeken of die informatie klopt. En als dat zo is, of het gezin dan hulp nodig heeft. Dat onderzoek heet een raadsonderzoek. De Raad voor de Kinderbescherming geeft dat onderzoek aan de kinderrechter.  Die beslist wat er moet gebeuren.

+
-
Raadsonderzoek

Na een raadsmelding onderzoekt de Raad voor de Kinderbescherming hoe het gaat met een kind of jongere gaat. De raadsonderzoeker praat met de jongere, de ouders, de school en met hulpverleners. Als de Raadsonderzoeker vindt dat het niet goed gaat met het kind, geeft de Raad voor de Kinderbescherming het onderzoek aan de kinderrechter.

Bij strafzaken bedenkt de raadsonderzoeker wat er gedaan moet worden om te zorgen dat de jongere zich aan de wet houdt. Soms is dat een straf, soms begeleiding, soms allebei.

+
-
Raad voor de Kinderbescherming (RvdK)

Organisatie die ingeschakeld wordt als er ernstige zorgen zijn over de veiligheid, ontwikkeling en opvoedsituatie van kinderen tot 18 jaar.

+
-
Recht om gehoord te worden

Het recht om jouw mening te geven aan de kinderrechter. De kinderrechter vindt het belangrijk om van kinderen en jongeren vanaf 12 jaar te horen hoe zij zelf over hun situatie denken.

+
-
Recht op omgang

Dit betekent dat ouders en kinderen afspreken hoe ze contact hebben: waar en wanneer zien ze elkaar? Niet alle ouders hebben dit recht. Bijvoorbeeld als er een maatregel voogdij is of als een kind uit huis is geplaatst. Dan hangt het ervan af of contact in het belang van het kind is. Soms gebeurt het dat mensen hierover zelf geen goede afspraken kunnen maken. Dan kunnen ze aan de kinderrechter vragen om een beslissing over een omgangsregeling te nemen.

+
-
Rechtbank

De plaats waar de kinderrechter beslissingen neemt.

+
-
Recidive

Dit betekent dat iemand iets doet wat niet mag volgens de wet en die persoon heeft dat al eerder gedaan.

+
-
Risicotaxatie

Onderzoek waarbij we kijken hoe het zit met de veiligheid van een kind of jongere.

+
-
Schorsing

Iemand wordt onder voorwaarden vrijgelaten uit het politiebureau of de gevangenis, maar moet nog wel een keer naar de rechtbank om te horen welke straf hij of zij krijgt. Bij de schorsing gelden meestal voorwaarden waar je je aan moet houden. Bijvoorbeeld naar school gaan, op tijd thuiskomen en je aan afspraken met de jeugdreclassering houden. Als je je er niet aan houdt, moet je alsnog zitten.

+
-
Schriftelijke aanwijzing door de jeugdzorgwerker

Een brief van de jeugdzorgwerker waarin staat wat een ouder of jongere moet doen. Als de ouder of jongere niet doen wat er in de schriftelijke aanwijzing staat, neemt de jeugdzorgwerker actie. Wat hij of zij gaat doen, staat ook in de brief. Als de ouder of jongere het niet eens is met de aanwijzing, kan hij aan de jeugdzorgwerker of aan de kinderrechter (binnen twee weken) vragen om aanpassing. Ook de jeugdzorgwerker kan aan de kinderrechter vragen om toch akkoord te gaan met de schriftelijke aanwijzing.

Bij strafzaken kan de jeugdzorgwerker ook een schriftelijke aanwijzing geven.

+
-
Strafbaar feit

Iets dat niet mag van de wet (politie). Heet ook wel delict.

+
-
Strafblad of justitële documentatie

Het rapport in de computer van justitie waarop staat wanneer iemand zich niet aan de wet gehouden heeft, wat hij of zij heeft gedaan en wat voor straf die gehad heeft.

+
-
Strafzitting

De bijeenkomst op de rechtbank waarbij een of drie rechters beslissen of iemand schuldig is en zo ja, welke straf hij of zij krijgt. Daarbij zijn de officier van justitie, de advocaat en de jeugdzorgwerker aanwezig. In veel gevallen zijn de ouders verplicht aanwezig. Iedereen mag iets zeggen over wat er gebeurd is en hoe het met de jongere gaat.

+
-
Taakstraf

Een werkstaf of een leerstraf. Soms is een taakstraf combinatie daarvan.

+
-
Terugmelding of terugrapportage

Als de jongere zich niet gehouden heeft aan de afspraken met de jeugdzorgwerker, dan schrijft die een brief. Daarin staat dat het niet goed gaat met de jongere en wat die heeft gedaan of juist niet heeft gedaan. Die brief gaat via de Raad voor de Kinderbescherming naar de officier van justitie. De officier van justitie gaat dan kijken of de jongere weer voor de kinderrechter moet komen om hem of haar opnieuw te straffen. De kinderrechter bepaalt uiteindelijk of dit echt moet gebeuren.

+
-
Tenuitvoerlegging (tul)

De jongere moet de opgelegde straf uitvoeren.

+
-
Uithuisplaatsing

Als een kind of jongere ergens anders gaat wonen dan thuis. Dit kan voor korte of langere tijd zijn. De kinderrechter beslist dit. Het kind of de jongere woont dan in een pleeggezin of instelling.

+
-
Verweerschrift

Brief aan de rechtbank waarmee iemand kan aangeven dat hij of zij het niet eens is met het verzoekschrift.

+
-
Verzoekschrift

Brief aan de rechtbank waarin de jeugdzorgwerker de kinderrechter vraagt om een beslissing te nemen. Bijvoorbeeld om een maatregel te verlengen.

+
-
Vonnis

Uitspraak van de rechter. In het vonnis staat welke straf de jongere krijgt. Ook staat er aan welke voorwaarden de jongere zich moet houden.

+
-
Voorgeleiding

Dat is als de jongere vanaf het politiebureau naar de rechtbank moet. Daar zit de rechter-commissaris. Die bekijkt dan of de persoon op een goede manier is aangehouden en of alles volgens de wet is verlopen. Ook bepaalt de rechter-commissaris of de jongere naar huis mag of nog vast moet blijven zitten.

+
-
Voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS)

Een ondertoezichtstelling die voor drie maanden is uitgesproken. Meestal gaat het om een zeer ernstige en/of spoedsituatie. Daardoor vindt er geen uitgebreid onderzoek van te voren plaats door de Raad voor de Kinderbescherming.  Het uitgebreide onderzoek gebeurt dan in die drie maanden.  Daarna beslist de Raad voor de Kinderbescherming of ze een ondertoezichtstelling  wil aanvragen.

+
-
Voorwaardelijke detentie of straf

Een gevangenisstraf die aan iemand wordt opgelegd, die niet wordt uitgevoerd. Dat gebeurt wel als deze persoon weer met politie in aanraking komt of zich niet aan de regels houdt. Het is eigenlijk een flinke waarschuwing van de kinderrechter waarbij hij de jongere laat weten wat er gebeurt als hij of zij weer met politie in aanraking komt.

+
-
Werkstraf

Straf die eruit bestaat dat werk gedaan wordt zonder betaling. De Raad voor de Kinderbescherming zegt welk soort werk de jongere moet doen, en waar. De kinderrechter zegt hoeveel uur de jongere moet werken.

+
-
Zitting (bij de kinderrechter)

Een bijeenkomst bij de rechtbank, waarbij een of drie rechters een beslissing nemen. Hierbij zijn in ieder geval de kinderrechter en de griffier aanwezig. De ouders mogen komen. Als het om een kind gaat dat ouder is dan 12, mag hij of zij ook komen. De raadsonderzoeker kan aanwezig zijn. De jeugdzorgwerker ook.